180x140 no image 

Laatste toevoegingen op ons youtube-kanaal:

Sfeer na KFC Duffel - KVC Westerlo!!(29-08-2018)

KVC Westerlo komt op bezoek!(26-08-2018)

INFO VOORBIJE EN AANKOMENDE WEDSTRIJD CROKY CUP(19-08-2018)

El Yazidi na KFCD - Anderlues(07-08-2018)

KFCD - RUS Anderlues | Croky Cup(07-08-2018)

oudere filmpjes kan je zien in ons Youtube archief 

 
Home Jeugd Structuur Opleidingsprincipes
Opleidingsprincipes PDF Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Bart De Putter   

 

5.    VOETBALTECHNISCHE OPLEIDINGSPRINCIPES

  

 5.1 Morfologische en psychomotorische eigenschappen per ontwikkelingsfase

U6-U9

U10-U11

U12-U13

U15

U17

Algemeen

Hyperactief en behoefte aan beweging

Harmonieuze ontwikkeling van lichaam

Ideale motorische leeftijd

Geen harmonieuze groei van het lichaam

Technische training levert vruchten op.

Kracht

Weinig ontwikkeld

Ontwikkelt zich in beperkte mate.

Spelen met eigen lichaamsgewicht. Begin spierontwikkeling

Veelzijdigheid

primeert. Spieren gehecht aan beenderen in volle groei.

Snelkracht, afhankelijk van morfologie van speler

Lenigheid

Zeer soepel

Begint af te nemen

Algemene stijfheid

Sterk verminderde lenigheid

Onderhouden in functie van blessures

Uithouding

Oneconomisch Stoppen als ze moe zijn – zeer snelle recuperatie

Wordt economischer – kan langer volhouden (maar niet in weerstand trainen).

Steeds minder rustpauzes nodig. Werken onder anaerobe grens wordt goed en langdurig verteerd.

Korte duurlopen. Verhouding inspanning- recuperatie -> aëroob.

Extensieve en intensieve duurtraining.

Snelheid

Reactiesnelheid trachten te verbeteren

Coördinatie verbetert => reactiesnelheid, startsnelheid, max. Snelheid en wendbaarheid verbeteren

Verbeteren looptechniek. Gevoelig voor ontwikkeling van snelheid.

Reactie-, startsnelheid en versnelling verbeteren.

Verminderde snelheid door niet-harmonieuze groei

Explosief vermogen en max. snelheid

Verbeteren looptechniek.

 

 

5.2        SPELCONCEPT, DOELSTELLINGEN & ALGEMENE PRINCIPES PER CATEGORIE

  

 

5.2.1        Opleiding Onderbouw (U6 – U9)

  

 foto onderbouw


  

5.2.1.1  Spelconcept

   

K+4 tegen 4+K (enkele ruit) – Pasafstanden tot ongeveer 10m – zonevoetbal (beheersen van de tegenstander in de ZONE)

  

5.2.1.2  Taakomschrijvingen per positie

  

Positie

WIJ hebben de bal (B+)

ZIJ hebben de bal (B-)

1 (Keeper)

o   Durft ondernemen en durft uitkomen met de bal aan de voet (steeds aanmoedigen om MEE TE VOETBALLEN!)

o   Zoekt steeds een VOETBALLENDE oplossing, ook wanneer onder druk. De verre uittrap is hierbij UIT DEN BOZE – uitgooien mag eventueel om onder aanhoudende druk uit te komen of om een snelle tegenaanval op te zetten.

o   Blijft niet IN zijn doel staan maar schuift steeds goed mee op zodat hij bij eventueel balverlies een eventuele diepe bal van de tegenstander kan onderscheppen.

o   Is AANDACHTIG en weet steeds waar de bal is.

o   Tracht steeds zijn doel zo klein mogelijk te maken door VOOR zijn doel te staan en UIT TE KOMEN indien nodig (gaat dan recht en snel op zijn doel af – geen aarzeling).

o   Is aandachtig en weet steeds waar de bal is.

o   Coacht de andere spelers en stuurt bij waar nodig.

3

(Staart)

o   Is steeds AANSPEELBAAR (vooractie!) en gaat in steun wanneer zijn vleugelspelers de bal hebben.

o   Probeert steeds de 9 op te zoeken/aan te spelen (snel diep).

o   Gaat in GEEN GEVAL de onnodige dribbel aan voor het eigen doel. Bij inspelen of kaatsen onmiddellijk terug bewegen en vrijkomen.

o   Schuift steeds goed mee op (sluit aan) maar behoudt steeds goed het overzicht en zorgt dat hij steeds de laatste man is.

o   Zorgt er voor dat de hele ploeg mee kantelt voor een snelle balrecuperatie.

o   Geeft rugdekking aan posities 2/5 voor het geval één van de 2 flanken zou gepasseerd worden.

o   Past remmend wijken toe indien hij de bal niet kan afpakken (zodat medespelers kunnen terugkomen) en dwingt de tegenstander indien mogelijk naar de buitenkant

o   Blijft steeds rechtop!

o   Coacht de andere spelers en stuurt bij waar nodig.

2 en 5 (Vleugel)

o   Maakt het veld groot door zo ver mogelijk tegen de zijlijn te spelen

o   Stelt zich aanspeelbaar op, wacht niet af maar loopt zich vrij (vooractie tot aanspeelbaarheid voet of diep)

o   VERPLICHT DRIBBELEN op de aanvallende helft maar steeds gevolgd door een goeie trap op doel (verste hoek) of een lage voorzet.

o   Staat opgesteld TUSSEN (en dus niet BIJ – wij spelen GEEN mandekking) zijn tegenstander en het eigen doel.

o   Loopt wanneer hij gepasseerd is niet langs de flanken achter zijn man aan maar neemt de kortste weg richting doel.

o   KANTELT goed mee wanneer de bal aan de andere kant is en BLIJFT NIET BIJ ZIJN MAN STAAN!

9    (Piloot)

o   Blijft steeds DIEP en schept ruimte voor zijn medespelers

o   Is steeds aanspeelbaar voor doel (vooractie!)

o   Moet steeds de bal kunnen houden en zijn verdediger voor zijn met de rug naar doel. Na kaats of afleg onmiddellijk vrijkomen en zeker niet blijven staan. Durven wegdraaien en de eigen actie maken, leren beslissen trap of pass!

o   Is de EERSTE VERDEDIGER en zet onmiddellijk druk bij spelhervattingen tegenstander (niet happen!!).

o   Zakt nooit verder terug dan de middellijn om zo een snelle tegenaanval op gang te kunnen brengen.

Algemeen

o   Veld goed groot houden (groot vliegtuig)

o   Steeds onrechtstreekse vrije trappen (dus steeds met 2) à juiste voet, juiste kant, juiste afleg.

o   Korte hoekschop heeft voorkeur op de lange bal voor doel.

o   Veld goed klein houden (klein vliegtuig)

o   Spelers zijn steeds in beweging bij spelhervattingen tegenstander. Op deze manier kunnen ze nog sneller druk zetten.

o   Niet te ver van de bal gaan staan bij spelhervattingen tegenstander (hoekschop, aftrap, vrije trap, doeltrap…). Indien de scheids vindt dat men te dicht staat zal hij dat wel zeggen. Dat ze te ver staan echter NOOIT.

 

 

5.2.1.3  Leerplandoelstellingen

   

Het opleidingsplan onderbouw heeft als doel onze jongste voetballertjes klaar te stomen voor de opleiding “middenbouw”. Hierbij staat het aanleren van de diverse BASISTECHNIEKEN (balcontrole, geven van een korte tot halflange pass, leiden van de bal, moves, …) centraal. Een perfect balgevoel is immers DE basis voor een snelle en verzorgde balcirculatie, één van de doelstellingen van onze jeugdwerking.  Alles is dan ook gericht op de INDIVIDUELE ontwikkeling van de spelertjes en het spelen als PLOEG komt hierbij pas op de tweede plaats. Men kan de opleiding onderbouw dan ook onderverdelen in 4 fases :

 

 

-          U5-U6: IK EN MIJN BAL (exploratiefase). Deze fase is gericht op BAAS ZIJN OVER DE BAL. Oefeningen moeten zich richten op balgewenning, algemene lichaams-en balvaardigheden, oog-hand/oog-voet coördinatie. Deze moeten natuurlijk gezien de leeftijd vooral verwerkt worden in spelvormen (estafette, tikspelen, mikspelletjes) maar Coerver, diagonaaltjes, simpele pass en trapvormen (naar kleine goaltjes), soccerpal en dergelijke moeten zeker de hoofdbrok uitmaken van de 75’ training die deze spelertjes per week hebben. (Ook hier kan men mits het nodige enthousiasme de nodige FUN inbrengen - wie kan?). Laatste 10 minuten kan men dan eventueel wat één-tegen-één wedstrijdjes spelen (maar dus zeker geen 5-5 wedstrijdjes en zeker niet langer dan een kwartier!!).

 

 

-          U7: IK EN MIJN BAL (exploratiefase). Verderzetting van BALGEWENNING en de OOG-HAND/OOG-VOET COÖRDINATIE. Deze fase is volledig gericht op het BAAS BLIJVEN/WORDEN OVER DE BAL. Het kind moet immers wennen aan het gedrag van de bal (hoe reageert hij wanneer je er tegen trapt, hoe hard/zacht moet je de bal raken, wat moet je doen om de bal bij je te houden wanneer je loopt etc…) en is eigenlijk nog niet rijp om samen te spelen.  De INDIVIDUELE actie wordt ten volle AANGEMOEDIGD (dribbelen MOET) en oefenvormen bestaan uit balvaardigheid (Coerver/herhalingen), 1 tegen 1 duelvormen, spelvormen (estafette) en simpele afwerkvormen.

 

 

-          U8: IK EN DE BAL/MAKEN VAN DE JUISTE KEUZE. De individuele actie wordt AANGEMOEDIGD (dribbelen MAG) maar gaandeweg worden de spelertjes erop gewezen dat ze KEUZEMOGELIJKHEDEN hebben wanneer ze aan de bal zijn (leiden, passen, dribbelen of op doel trappen). Wedstrijd, duel- en spelvormen met numerieke ongelijkheid (1 tegen 2, 1 tegen 3, 2 tegen 3 maken dan ook deel uit van de standaard training.

 

 

-          U9: MAKEN VAN DE JUISTE KEUZE/IK EN DE PLOEG. De individuele actie wordt zeker NIET ONTMOEDIGD maar de spelertjes moeten weten WANNEER ze mogen (moeten) dribbelen. Maken van de juiste keuze is belangrijk en gaandeweg wordt het SAMENSPELEN aangemoedigd (we maken SAMEN een doelpunt).  Combinatievormen en aanzet tot eerste automatismen mogen dan ook geïntegreerd worden in de training.

 

 

5.2.1.4  Specifieke aandachtspunten

  

 

-          IEDEREEN KOMT VOLDOENDE AAN SPELEN TOE: Hoe kan je nu immers leren voetballen als je maar af en toe mag meedoen? En hoe vaak hebben we al niet gezien dat die timide speler die in het begin van het seizoen wel schrik van de bal lijkt te hebben, zich tijdens het seizoen ontpopt tot een sterkhouder van de ploeg!

 

-          ROTEREN IS DE BOODSCHAP: Bij onderbouw nog geen vaste posities: wie weet is die goeie verdediger immers geen vlotscorende spits… Laat die doelman dus maar een keer het spel verdelen, die aanvallers maar een keer het verdedigende werk opknappen en die middenvelders maar een keer trachten de ballen tegen te houden. Polyvalentie troef dus en de beste manier om de kwaliteiten en beste positie van ieder spelertje te ontdekken.

 

-          DUIVELTJES MOETEN ACTIES MAKEN, DRIBBELEN NU HET NOG KAN: Zo leren ze ook één-tegen-één situaties beheersen. Op latere leeftijd wordt het samenspel en passen geven wel belangrijker maar dan kunnen ze tenminste al een tegenstander voorbij. Dribbelen en acties maken mogen dan ook zeker nooit worden ontmoedigd en durf, initiatief en creativiteit moeten dan ook ten volle worden aangemoedigd en gestimuleerd!

 

-          DE BAL IS ROND EN DAT IS NIET MAKKELIJK: Daarom veel aandacht voor de technische ontwikkeling, coördinatie en balbeheersing van onze voetballertjes en het onder de knie krijgen van de basistechnieken zoals balletje stoppen, meenemen en afwerken.

 

-          DUIVELTJES MOGEN GISSEN EN MISSEN: We moeten hen tijdens de match dan ook niet altijd voorkauwen en toeroepen wat ze wel en niet mogen doen… Laat ze zelf maar oplossingen zoeken en de keuze maken tussen, dribbelen, passen of afwerken op doel. Spelcreativiteit kost meer tijd maar kent uiteindelijk een hoger rendement!

 

-          FUN EN PLEZIER STAAN CENTRAAL: Duiveltjes willen gewoon een balletje trappen, ravotten en zich amuseren. Voetbal moet FUN zijn! Daarom nog geen ingewikkelde tactische besprekingen, moeilijke oefeningen of ingestudeerde looplijnen maar veel spannende wedstrijdjes, balspelletjes en oefeningen waarbij ze veel doelpunten kunnen scoren! Al spelenderwijs leren dus.

 

-          WINNEN IS PLEZANT, MAAR MOET NIET: Winnen is plezant en willen winnen is belangrijk maar de technische en creatieve ontwikkeling van onze jongste voetballertjes, het aanleren van FAIR PLAY en het plezier in het spel is véél belangrijker! En daarbij : ook verliezen moeten ze leren…

 

 

5.2.1.5  Eindtermen

  

 

Na het doorlopen van de jeugdopleiding onderbouw moet de speler de volgende BASICS en TEAMTACTICS onder de knie hebben:

 

WIJ hebben de bal (B+)

ZIJ hebben de bal (B-)

VRIJLOPEN/BEWEGEN ZONDER BAL - Speler kan zich aanspeelbaar opstellen in de meest gunstige positie op het ogenblik dat de speler aan de bal kan passen (gebruik van de VOORACTIE)

PASSING - Speler kan met de JUISTE voet een korte pass geven OP de juiste voet, met de juiste balsnelheid en op het juiste moment naar die medespeler geven die in de meest gunstige positie aanspeelbaar is en dichtbij staat en zodanig dat de passontvanger in de meest gunstige omstandigheden kan verder spelen (over de grond, in de loop, in de voet)

CONTROLE - Speler kan zo snel mogelijk in het bezit van een lage pass komen (naar de bal toegaan, niet afwachten) en een gerichte balcontrole en met de juiste voet op een lage pass uitvoeren (oogcontact met de bal houden, speelvoet ontspannen houden) zodanig dat hij in de meest gunstige omstandigheden kan verder spelen.

LEIDEN - Speler kan zo snel mogelijk terreinwinst boeken bij het leiden en is in staat bal kort aan de voet te houden en het overzicht te bewaren.

DRIBBELEN, INDIVIDUELE ACTIE - Speler is in staat een speler uit te schakelen door gebruik te maken van de verschillende moves (overstap, schaar, kappen binnenkant voet, buitenkant voet, achter steunbeen…) en hierbij terreinwinst te boeken.

AFWERKEN OP DOEL - Speler kan van DICHTBIJ en op een correcte manier (steunbeen naast de bal, been waarmee hij trapt laten doorzwaaien) een doelpunt maken (na individuele actie, op lage voorzet).

MAKEN VAN DE JUISTE KEUZE - Speler is in staat om de juiste keuze te maken tussen LEIDEN (niemand in gunstige positie aanspeelbaar en geen werkelijke doelkans), DRIBBELEN (niemand in gunstige positie aanspeelbaar, geen werkelijke doelkans en geen direct doelgevaar bij balverlies), PASSEN (als er iemand in een betere positie staat, als er sneller terreinwinst kan worden geboekt) of OP DOEL TRAPPEN (bij reële doelkans).

OPSTELLING - Grote ruit. Afstanden tussen de spelers zo GROOT mogelijk maken.

OMSCHAKELING - Speler is in staat om snel de omschakeling te maken van B+ naar B- (groot vliegtuig/klein vliegtuig) en weet wat er van hem verwacht wordt bij balverlies (gevaarlijke tegenaanval beletten)

SPELHERVATTINGEN - Juiste opstelling bij spelhervattingen (doelman, hoekschop, vrije trap, inworp) van de eigen ploeg

COACHINGSWOORDEN - Speler kent de coachingswoorden (VRAAG! ACTIE! DURF! ALLEEN! GROOT! DRAAI DOOR! KAATS! SPEEL! LOOP VRIJ!) en is in staat deze toe te passen (onderlinge Coaching). (1)

INTERCEPTIE - Speler weet wanneer hij naar de bal moet gaan om hem te onderscheppen en kan zich daarvoor op de juiste wijze verplaatsen

DRUK ZETTEN - Speler weet dat hij een tegenstander aan de bal zo snel mogelijk onder druk moet zetten als die in zijn zone komt (indien mogelijk VOOR de balaanname)

DUEL - Speler gaat in duel met de juiste lichaamshouding en met overtuiging. blijft steeds rechtop en laat zich niet uitschakelen (de bal WILLEN hebben)

REMMEND WIJKEN - Speler weet WANNEER (om medespelers te laten terugkeren) en HOE (tegenstander naar de buitenkant toe dwingen) hij remmend wijken moet toepassen

DOELPOGINGEN BELETTEN/AFWEREN - Speler kan een mogelijke doelkans of doelpunt afweren

OPSTELLING - Kleine ruit. Afstanden tussen de spelers zo klein mogelijk maken. Correcte opstelling tussen de tegenstander en het eigen doel.

OMSCHAKELING - Speler is in staat om snel de omschakeling van B- naar B+ te maken (klein vliegtuig/groot vliegtuig) en weet wat er van hem verwacht wordt wanneer zijn ploeg opnieuw de bal verovert.

SPELHERVATTINGEN - Juiste opstelling bij de diverse spelhervattingen (aftrap, doelman, hoekschop, vrije trap, inworp) van de andere ploeg.

COACHINGSWOORDEN - Speler kent de coachingswoorden (DRUK! DUEL! PAK AF! KLEIN! POSITIE! ACHTERUIT!) en is in staat deze toe te passen (onderlinge Coaching).

 

(1)     Voor overzicht coachingswoorden: zie BIJLAGE

 

 

5.2.1.6  Jaarplannen

   

Zie BIJLAGE 7

 

 

5.2.2        Opleiding Middenbouw (U10 – U13)

  

 foto middenbouw

 

 

5.2.2.1  Spelconcept

  

 

K+7 tegen 7+K (dubbele ruit) – Pasafstanden tot ongeveer 20m – zonevoetbal (beheersen van de tegenstander in de ZONE)

 

5.2.2.2  Taakomschrijvingen per positie

  

 

Positie

WIJ hebben de bal (B+)

ZIJ hebben de bal (B-)

1

o   Aanmoedigen om te laten meevoetballen

o   De doelman zo min mogelijk laten uittrappen uit de hand, af en toe wel eens om een snelle omschakeling te bekomen, bv bij een corner tegen of wanneer uw ploegje het spel moet ondergaan, dus bij te veel druk.

o   De doelman moet al eens durven trappen naar 11 en 7 bij doeltrap, of snel inspelen op de 2 en 5 die het veld heel groot maken en met de rug naar de zijlijn staan opgesteld.

o   Zorg ervoor dat de posities 3, 4 en 9 niet op één lijn staan bij opbouw van achteruit bv bij doeltrap. Bv 4 gaat naar links de bal vragen dan gaat 9 naar de andere kant en speelt de doelman dan naar keuze 4 of 9 in.

o   Positiekeuze van doelman tot aanspeelbaarheid van teamgenoten

o   Tracht steeds zijn doel zo klein mogelijk te maken door VOOR zijn doel te staan en UIT TE KOMEN indien nodig (gaat dan recht en snel op zijn doel af – geen aarzeling).

o   Is aandachtig en weet steeds waar de bal is.

o   Positie kiezen t.o.v. de bal, tegenstanders en medespelers.

o   Coacht de andere spelers en stuurt bij waar nodig.

3

o   Aanspeelbaar zijn bij balbezit doelman

o   In steun komen bij balbezit medespelers 2, 5 en 4

o   Diep voor breed

o   Snel leren bijsluiten in B+ , pos 3 tot in het midden van het veld, de doelman tussen midden veld en eigen doel

o   Geeft rugdekking aan posities 2/5 voor het geval één van de 2 flanken zou gepasseerd worden. Hoe dichter bij doel, hoe strikter de dekking.

o   Past remmend wijken toe indien hij de bal niet kan afpakken (zodat medespelers kunnen terugkomen) en dwingt de tegenstander indien mogelijk naar de buitenkant.

o   Niet laten uitspelen, voorkomen van doelpunten.

o   Blijft steeds rechtop!

o   Coacht de andere spelers en stuurt bij waar nodig.

2 en 5

o   Open spelen, met je rug naar de zijlijn

o   Aanspeelbaar zijn bij balbezit doelman

o   Vooractie tot aanspeelbaarheid voet of diep

o   Actie kunnen maken

o   Juiste opstelling voor in- en terugspelen

o   Staat opgesteld TUSSEN (wij spelen GEEN mandekking) zijn tegenstander en het eigen doel.

o   Niet laten uitspelen, voorkomen van doelpunten.

o   Loopt wanneer hij gepasseerd is niet langs de flanken achter zijn man aan maar neemt de kortste weg richting doel.

o   KANTELT goed mee wanneer de bal aan de andere kant is en BLIJFT NIET BIJ ZIJN MAN STAAN!

4

o   In steun komen bij balbezit 7, 9, en 11

o   Coaching van hele elftal.

o   Inschuiven door centrum.

o   Verleggen van het spel.

o   Eerst vooruit, dan lateraal en dan achteruit spelen.

o   Balbezitter onder druk zetten

o   1-1, niet laten uitschakelen

o   Dekking flankverdedigers

9

o   Diep blijven en ruimte scheppen voor medespelers

o   Bal in de voet vragen en in de diepte

o   Vooractie kunnen maken

o   Aanspeelbaar zijn voor doel

o   Aannemen, dribbelen, kaatsen of bal bijhouden

o   Doelgericht zijn

o   Is de EERSTE VERDEDIGER en zet onmiddellijk druk bij spelhervattingen tegenstander (niet happen!!).

o   Zakt nooit verder terug dan de middellijn om zo een snelle tegenaanval op gang te kunnen brengen.

o   Storen van de opbouw van de tegenstander

7 en 11

o   Open spelen, met je rug naar de zijlijn

o   Voor doel komen bij voorzet van de andere flank

o   Aanspeelbaar zijn bij balbezit doelman

o   Vooractie tot aanspeelbaarheid voet of diep

o   Actie kunnen maken

o   Eigen zone verdedigen

o   Storen van de opbouw van de tegenstander

o   Eerst naar binnenkomen en de ruimte met de spits kort houden

o   Verdedigers verplichten pass naar buiten te geven

o   Op het juiste moment druk zetten

Algemeen

o   Ruimte creëren en benutten

o   Ruimte klein maken

o   Speelhoeken afsluiten

o   Korte dekking op halflange pass

o   Interceptie en afweren halflange pass

o   Niet happen, tegenstander met de bal voor je houden.

o   Je eigen doel afschermen

o   Elkaar helpen

 

 

5.2.2.3  Leerplandoelstellingen

   

Het opleidingsplan middenbouw heeft als doel onze voetballers klaar te stomen voor de opleiding “bovenbouw”. Hierbij staat het aanleren van zaken zoals HALFLANGE PASSING, POSITIESPEL, ZONEVOETBAL en MAKEN VAN DE JUISTE KEUZE centraal.

  

5.2.2.4 Specifieke aandachtspunten

  

Algemeen

 

-          Verdere gewenning door spelen. Alles met de bal. Veel balcontacten.

 

-          Verder ontwikkelen van de voetbaltechnische basisvaardigheden (dribbelen, drijven, trappen, aannemen). Inoefenen van de basistechnieken d.m.v. gecombineerde vormen.

 

-          Nadruk op verzorgde opbouw van achteruit. Uittrappen doelman enkel om onder een constante druk van de tegenstander uit te kunnen komen.

 

-          Alles zoveel mogelijk in spel- en wedstrijdvormen

 

-          Meer aandacht voor samenspel (TEAM) maar mét positieve benadering voor de dribbelaars.

 

-          Eerste specialisatie: spelers opleiden zodat zij op meerdere gelinkte posities kunnen spelen.

 

-          Gebruik van het Coaching vocabularium.

  

Fysiek

 

-          Goede periode voor coördinatie en bewegingstechniek.

 

-          Snelheid: korte intense inspanningen met een ruime hersteltijd moeten aan bod komen.

 

-          Lenigheid: regelmatige training van de lenigheid moet in acht genomen worden. Eenvoudige oefeningen voor been - rugspieren en adductoren aanleren.

 

-          Uithouding: Sporadische duurinspanningen met bal kunnen aan bod komen echter met een zeer lage intensiteit. Werken onder de anaerobe grens wordt goed en langdurig verteerd. Specifieke uithouding wordt liefst met bal getraind.

 

-          Geen systematische krachttraining, enkel toepassing op natuurlijke wijze: springen, vallen, opstaan, hindernislopen. Voorzichtig beginnen met algemene snelkrachttraining onder spelvormen (zoals bokspringen, huppelen op 1 been … ).

 

-          Duel introduceren met als doel een ander te verslaan echter zeer kort houden. Lange recuperatietijd voorzien.

 

-          Weerstand: Uit den boze!

 

Techniek

 

-          Basistechnieken aanleren met relatie naar de spelsituatie.

 

-          Basistechnieken individuele techniek, los van spelsysteem.

 

-          Tweevoetigheid nastreven

 

-          Functionele technieken zeer veel aan bod laten komen evenals coervertechnieken

 

-          Toepassen in analytische vorm/ wedstrijdvormen

 

-          Gouden leeftijd: De techniek kan uitgebouwd worden dank zij een goede motoriek en goede coördinatie. Het kind leert snel bewegingen en zelfs moeilijke aaneenschakelingen van bewegingen.

 

-          Nadruk op 5 basistechnieken: aannemen van de bal, pass, dribbel, traptechniek en kopspel.

 

 

Mentaal

 

-          Ondanks de egocentrische ingesteldheid van de leeftijdscategorie moeten ze ook leren omgaan met anderen en leren samenwerken ( zowel voor, tijdens en na de wedstrijd )

 

-          Stelselmatig de spelregels leren begrijpen en toepassen

 

-          Ontwikkeling van het concentratievermogen

 

-          Fair play wordt hoog in het vaandel gedragen

 

-          Fun en plezier beleving

 

-          Durf en zelfvertrouwen stimuleren

 

-          Doorzettingsvermogen

 

-          Persoonlijkheidsontwikkeling

 

-          Aanleren van sociale vaardigheden

 

-          Winnen ok, maar ook kunnen verliezen

 

-          Creativiteit en leergierigheid aanwakkeren

 

-          Respect voor materiaal, tegenstander, scheidsrechter, trainers…

 

 

Tactiek

 

-          Aanspeelbaar zijn

 

-          Juist ingedraaid staan met als doel je spel te kunnen verder zetten.

 

-          Vooractie maken met als doel de bal beter te kunnen krijgen.

 

-          Eenvoudige balcirculatie

 

5.2.2.5  Eindtermen

  

Na het doorlopen van de jeugdopleiding MIDDENBOUW moet de speler de volgende BASICS en TEAMTACTICS onder de knie hebben:

 

WIJ hebben de bal (B+)

ZIJ hebben de bal (B-)

BASICS

BASICS

o   Halflange passing

o   Controle op halfhoge bal

o   Doelpoging vanaf 15 à 20m (half-ver)

o   Doelpoging op halfhoge voorzet

o   Vrijlopen om zelf aanspeelbaar te zijn

o   Steunen

o   Corner en indirecte vrije trap

o   Speelhoeken afsluiten

o   Korte dekking op halflange pass

o   Interceptie of afweren van halflange pass

o   Onderlinge dekking

o   Corner en indirecte vrije trap

TEAMTACTICS

TEAMTACTICS

o   Ruimte creëren voor zichzelf en het benutten ervan

o   Geen dom balverlies waardoor de tegenpartij een doelkans krijgt

o   Een lijn overslaan bij passing diep (2de graad)

o   Infiltratie op het juiste moment (bij ruimte)

o   Infiltratie zonder bal : GIVE&GO

o   Infiltratie met bal : geen kans op direct en gevaarlijk balverlies

o   Negatieve pressing op de baldrager

o   Dekking door dichtste medespeler

o   Een mee inschuivende doelman (hoge positie)

o   De bal recupereren door interceptie

 

 

5.2.2.6  Jaarplannen

  

Zie BIJLAGE 7

  

5.2.3        Opleiding Bovenbouw (U15 – U21)

  

 foto bovenbouw

 


 5.2.3.1  Toegepaste basisprincipes

   

Basistaken bij BALBEZIT (B+)

 

-          Het positiespel is cruciaal: de speelruimte wordt zo breed en zo diep mogelijk gehouden richting doel en men streeft ideale pasafstanden binnen het driehoekspel na.

 

-          Snelle balcirculatie: veel beweging zonder bal, in de speelhoeken komen. Let wel: er blijft plaats voor de actie en creativiteit:

 

o   op eigen helft: passing

 

o   op de andere helft: keuze tussen actie en passing

 

-          Regel van 3: altijd iemand voor en achter de bal aanspeelbaar

 

-          Men houdt goed zijn eigen zone en stelt zich nooit op één lijn met spelers van dezelfde linie en zone op: men streeft naar een ideale veldbezetting om het driehoekspel mogelijk te maken.

 

-          Er wordt afwisselend kort en lang gespeeld (gevarieerd combinatiespel) waarbij snel diepte wordt gezocht en het breedtespel slechts in functie van het dieptespel is.

 

-          Bij een inschuivende medespeler denkt men ook in functie van mogelijk balverlies en wordt zijn taak door een naburige speler overgenomen door rugdekking te geven (geen positiewissel).

 

-          Wanneer de mogelijkheid zich voordoet, tracht men aan te vallen doorheen centrum: door een goede dieptepass worden meerdere tegenstrevers uitgeschakeld en kan men een medespeler alleen voor doel of in schietpositie afzonderen.

 

-          Als het centrum vastzit, wordt er aangevallen langs de flank met zorg voor een strakke voorzet naar spelers voor doel.

 

-          Men streeft naar een efficiënte bezetting van de waarheidszone: de centrumspits duikt op het gepast moment in naar de eerste paal, de andere spits kiest positie tweede paal en de aanvallende middenvelder stelt zich op ter hoogte van de 16-lijn.

 

-          Bij een werkelijke doelkans aarzelt men met om naar doel te trappen/koppen.

 

-          Meerderheidssituaties worden gecreëerd door in te schuiven naar de volgende linie, door individuele acties en 1-2 bewegingen.

 

-          Meerderheidssituaties worden uitgebuit om kansen te creëren en doelpunten te maken door een goede bezetting voor doel en snelle en juiste keuze bij werkelijke doelkans.

 

-          Bij het combinatiespel wordt perfectie nagestreefd: op de goede voet aanspelen, met de juiste balsnelheid op het juiste moment en niet onnodig lopen met de bal

 

-          De verdediger en middenvelders vermijden foutieve laterale passes.

 

-          De coaching van de centrale spelers primeert

 

Basistaken bij BALBEZIT (B-)

 

Fase 1: aanpassen aan het offensief van de tegenstander: zo snel mogelijk de juiste verdedigende organisatie innemen en zo snel mogelijk de speelruimte voor de tegenpartij verkleinen.

 

-          Op het ogenblik dat de tegenpartij in het bezit van de bal komt, probeert de ganse ploeg de speelruimte voor de tegenpartij te verkleinen. De linies komen zo snel mogelijk naar elkaar toe richting bal en de onderlinge afstanden binnen dezelfde linie worden zo kort mogelijk gemaakt (= een blok van ongeveer 30m op 30m wordt gevormd.). Goede onderlinge afstanden (10 à 15m) met speler voor en naast u worden nagestreefd om zoveel mogelijk dieptepasses te verhinderen (= afsluiten van de speelhoeken richting doel). De onderlinge afstand tussen 2 spelers verkleint naarmate men dichter bij de speler aan de bal komt.

 

-          De speler het dichtst hij bij de bal (en tussen bal en doel) valt de balbezitter aan, indien mogelijk voor balontvangst waardoor de tegenstander onder druk moet spelen. Hij zorgt ervoor dat de directe weg naar het doel afgesloten is, zodat de balbezitter slechts ongevaarlijke laterale of achterwaartse passes kan geven. Het duel met de balbezitter wordt vrij agressief aangegaan, maar het belangrijkste is zich niet te laten uitschakelen. Er wordt slechts getackeld bij 100% zekerheid het duel te winnen om te beletten dat er minderheidssituaties ontstaan.

 

-          De speler het dichtst bij de eerste duellerende medespeler komt zo snel mogelijk in dekking, zodat hij zijn medespeler kan helpen als die uitgeschakeld wordt. De andere spelers binnen dezelfde linie staan minstens op dezelfde hoogte of eventueel hoger als de rechtstreekse tegenstander dit toelaat.

 

-          Er wordt in de eerste plaats in functie van de bal verdedigd, maar hoe dichter bij eigen doel, hoe strikter de dekking op de dichtstbijzijnde tegenstander. Alle spelers houden rekening met hun rechtstreekse tegenstander die ze echter niet volgen, d.w.z. de eigen zone verdedigen zonder kruisbewegingen uit te voeren met medespeler in een andere zone.

 

Fase 2: collectieve balrecuperatie door het toepassen van de principes van pressing

 

-          Er wordt collectief pressing gespeeld op de balbezitter als de bal zich in het blok of tussen het blok en de zijlijn bevindt of op de zwakste speler buiten het blok of bij een moeilijke pass naar een speler binnen het blok. Het defensief blok prest richting balbezitter met als doel dat de balbezitter geen speelmogelijkheden meer heeft.

 

-          Bij het pressen richt men zich vooral op het onderscheppen van de pass van de tegenstrever. Vandaar dat de flankspeler de tegenspeler aan de bal dwingt om de aanval binnen in het blok verder te zetten op voorwaarde dat er geen rechtstreeks doelgevaar is. In plaats van de aanval trachten af te breken door de bal buiten te ‘tackelen’, dwingt men de tegenstrever in een situatie waar de balrecuperatie in het spel kan gebeuren en onmiddellijk een tegenaanval kan opgezet worden.

 

-          Er wordt niet echt op buitenspel gespeeld door een stap vooruit te zetten. Als de tegenpartij blind de diepte inloopt zullen er wel veel buitenspelsituaties ontstaan. Maar door te pressen maakt het blok een beweging naar de bal en kunnen de meest naar voren geschoven tegenspelers hierdoor in buitenspel komen te staan.

 

-          Coaching van de keeper en de centrale spelers primeert: wie valt balbezitter aan, wie geeft dekking, wie neemt over.

 

5.2.3.2  Veldbezetting

  

KFCD speelt het 1-4-3-3 systeem met punt naar achter, dit kan variëren met de punt naar voor.

 5.2.3.2.1        Posities VERDEDIGING

  

-          Binnen elke linie kun je met welke tactiek dan ook door blijven variëren. Ook achterin zullen er verschillende variaties mogelijk zijn. Veelal zal er gekozen worden voor het systeem met vier verdedigers op een lijn. Het voordeel hiervan is, dat er op een gestructureerde wijze op de buitenspel val gespeeld kan worden. De vier verdedigers weten precies waar de ander staat, en op deze manier kan er simpel “gestapt” worden, zodat de aanvaller van de tegenstander eenvoudig in deze val stapt.

 

-          Er kan gespeeld worden met opkomende backs; op deze manier kunnen de backs zelfs gemakkelijk over de buitenspeler heen gaan en een goede voorzet op de spits of naar binnenkomende vleugelspeler geven. Als de tegenstander ook met 3 aanvallers speelt, zullen de backs echter een keuze moeten maken of ze zullen gaan of niet. Als de tegenstander elke keer goed mee zal lopen en zichzelf dus als het ware “dood” loopt, zal de back de opdracht krijgen om dit vaak te doen.

 

-          Maar op het moment dat de tegenstander dit dus niet doet en achter blijft, is het van uiterst belang om te zorgen dat de keuze weloverwogen is. Dit is dus een keuze die gemaakt zal moeten worden. En die goed bekeken moet worden tijdens de wedstrijd. 

 

-          De variabele verdediging: 2 flankverdedigers en  3 en 4 kunnen inschuiven naar het middenveld bij B+. Via deze weg, kun je een verdediging neerzetten die onder elke omstandigheid kan voetballen. 

 

 5.2.3.2.2 Posities MIDDENVELD

 

 

-          De punt naar achter, is de eerste optie die gespeeld kan gaan worden. Degene met de punt naar achter is de minst voetballende middenvelder, gesteund door twee creatieve voetballers aan de zijkant die ervoor zullen zorgen dat de aanval opgezet zal gaan worden. De meest verdedigend opgestelde middenvelder zal dan de bal kort en snel inleveren bij de creatievere voetballers, deze kan gesteund worden door 3 of 4.

 

-          De punt naar voren:  de spits wordt dan vanuit het middenveld ondersteund door een traditionele nummer “10”. De laatstgenoemde is dan de schakel tussen de verdedigende middenvelders en de aanvallers.

 

-          Ze mogen nooit verzaken zowel in verdedigend als in aanvallend opzicht en moeten meer meters maken dan wie dan ook binnen een team.

 

 

5.2.3.2.3        Posities AANVAL

  

 

-          In de voorhoede bestaan verschillende mogelijkheden. De keuze kan namelijk gemaakt worden door wederom te kiezen tussen de punt naar voren, zodat de spits de meest diepe speler is van het team. Deze keuze zal het meest gebruikt worden omdat er een visie bestaat, dat de spits daadwerkelijk voor de meeste doelpunten zal moeten zorgen.

 

-          De spits zal dus de meest naar voren geschoven speler van het elftal zijn, en zal er uiteindelijk voor moeten zorgen dat de ballen in het netje vallen. Hij zal op deze manier zelden aan het spel meedoen en eigenlijk niet meer zijn dan het eindstation van de aanval. 

 

-          De spits heeft nog een taak en dat is meevoetballen. Dit zal alleen wel ten koste gaan van zijn eigen productiviteit, maar het zal er wel voor zorgen dat er meer kansen gecreëerd zullen worden. 

 

-          Maar op het moment, dat je elftal over een spits beschikt die niet een echt doelpunteninstinct heeft, kun je er dus voor kiezen om zijn voetballende vermogen te benutten en hem in plaats van het eindstation te laten zijn, ervoor zorgen dat de spits ook kansen gaan creëren voor zijn medespelers, door bv steekpasses te geven. Niet alleen de spits zal dan voor de doelpunten zorgen, maar het hele team moet gaan scoren op die manier.

 

-          De twee buitenspelers: hierin heb je verschillende mogelijkheden. De flankaanvallers  zijn pure links- en rechtsbuiten  en dus de linksvoetige op links te zetten en vice versa zodat ze voorzetten kunnen geven op de kopsterke spits. Maar op het moment dat er geen kopsterke spits aanwezig is, wordt het anders ingevuld. De links en rechtsbuiten wisselen positie om  ze naar binnen te laten komen, en trappen op doel.

 

-          Met een voetballende spits erbij is dit een geweldige manier om kansen te creëren en te zorgen dat elke speler voetballend zijn meerwaarde voor het elftal heeft.

 

5.2.3.3  Taakomschrijving per positie

  

Positie

WIJ hebben de bal (B+)

ZIJ hebben de bal (B-)

1

o   Terugspeelbal vragen om spel te verleggen.

o   Aanval inzetten zonder risico.

o   Coaching achterste linie.

o   Anticiperen op dieptepasses.

o   Snel duel bij 1 _ 1 in de voet (als je bij de bal kan), anders wijken.

o   Coacht de andere spelers en stuurt bij waar nodig (doelkans voorkomen)

3 en 4

o   In steun komen bij balbezit medespelers 2 en5

o   Snel en juist de bal aannemen.

o   Eerst vooruit, dan lateraal en dan achteruit spelen.

o   Verleggen van het spel.

o   Inschuiven door centrum.

o   Coaching van het hele elftal.

o   Eigen zone verdedigen, niet kruisen.

o   Balbezitter onder druk zetten.

o   1 - 1 agressief, niet laten uitschakelen.

o   Tackelen bij 100% zekerheid.

o   Dekking flankverdediger.

o   Hoe dichter bij doel, hoe strikter de dekking.

o   Coaching van verdediging / midden

2 en 5

o   Speelveld zo breed mogelijk maken.

o   Op het juiste moment inschakelen langs de flank, plaats wordt overgenomen.

o   Indien mogelijk midden of aanval aanspelen.

o   Zone- of flankverdediger niet kruisen met centrale verdediger.

o   Snel de balbezitter onder druk zetten indien

o   dichtst bij de bal.

o   1 - 1 agressief, niet laten uitschakelen.

o   Tackelen bij 100% zekerheid.

o   Naar binnenkomen als bal op de andere flank zit.

o   Hoe dichter bij eigen doel, hoe strikter de dekking.

6 en 8

o   Aanspeelbaar opstellen en juist ingedraaid staan bij balaanname.

o   Steunen aanvallende linie.

o   Gepast diep gaan.

o   Foute breedtepasses vermijden.

o   Snel diep spelen.

o   Taakovername inschuivende flank of

o   centrale verdediger.

o   Balbezitter onder druk zetten

o   agressief, niet laten uitschakelen

o   Dekking flankverdedigers

o   In je zone dieptepass beletten.

o   Tackelen indien 100% zekerheid.

o   Mee schuiven bij druk.

o   Naar binnen wanneer bal op ander flank.

o   Coaching middenveld + aanval.

10

o   Steeds aanspeelbaar

o   bijhouden tot linies aansluiten.

o   Spel verleggen.

o   Aannemen van de bal in functie van het spel, dus draaien (indien mogelijk), anders terug

o   Goede positie t.o.v. de 16 meter bij voorzet.

o   Individuele actie.

o   Aanvallers steunen en vrijspelen.

o   Eigen zone verdedigen, geen kruising looplijn met andere middenvelders.

o   Speelhoek afsluiten in de diepte.

o   Terugzakken tussen 6 en 8.

o   Balbezitter onder druk zetten, niet laten uitschakelen.

o   Mee schuiven bij druk.

7 en 11

o   Zo diep mogelijk spelen en vrij komen in hoek.

o   Breed opstellen.

o   Individuele actie.

o   Voorzet andere kant…2de paal.

o   Naar binnen voor opkomende flankverdediger.

o   Eigen zone verdedigen, geen kruisbeweging

o   Eerst naar binnenkomen en de ruimte met de spits kort houden

o   Verdedigers verplichten pass naar buiten te geven

o   Op het juiste moment druk zetten

9

o   Aanspeelbaar bij dieptepass.

o   Bal goed afschermen en terugleggen of diep op flank.

o   Bij voorzet 1° paal komen.

o   Fouten uitlokken.

o   Doelgericht zijn

o   Opstellen tussen flankaanvallers.

o   Speelhoeken afsluiten naar centrum.

o   Verdediger dwingen pas naar buiten te geven.

o   Actief mee schuiven bij druk.

 

1.2.3.4  Jaarplannen

 

Zie BIJLAGE 7

 

5.3        TOEGEPASTE PRINCIPES INZAKE METHODIEK & DIDACTIEK TIJDENS TRAININGEN

 

5.3.1        Trainingsduur & Frequentie

  

Categorie

Niveau

Duur

Aantal trainingen

U5-U6

REGIONAAL

75’

1

U7-U9

PROVINCIAAL REGIONAAL

90’

2

U10-U13

PROVINCIAAL REGIONAAL

90’

2

U15-U21

PROVINCIAAL REGIONAAL

90’

3                                    2

 

 

5.3.2.      Trainingsopbouw

 

De structuur voorgeschreven volgens de KBVB wordt gevolgd, d.w.z. dat we uitgaan van reële wedstrijdsituaties afgewisseld met vereenvoudigde oefeningen, tussenvormen.

 

Een training is dus steeds als volgt opgebouwd:

 

OPWARMING/INGANGZETTING à WEDSTRIJDVORM 1 à TUSSENVORM 1 à WEDSTRIJDVORM 2 à TUSSENVORM 2 à WEDSTRIJDVORM 3 à COOLING DOWN

 

 5.3.3        Algemene principes

 

-          Doe iets met je training: maak van je training geen aaneenschakeling van losse en onsamenhangende thema’s maar train binnen een afgebakend thema (vb.: maken van de juiste keuze) – geleidelijke opbouw (v.b.: van 1 tegen 1 over 2 tegen 3 naar K+5 tegen 5+K). Bij het opstellen van de training kan de trainer vertrekken vanuit de wedstrijd OF het leerplan.

 

-          De trainingsvoorbereidingen worden regelmatig aan de TVJO afgegeven zodat hij eventueel kan bijsturen in functie van het leerplan

 

-          Pas je training aan aan het niveau van de spelers

 

-          Maak een oefening gemakkelijker door :

 

o   Grotere ruimte

 

o   Meerdere medespelers en minder tegenstanders

 

o   Meer tijd

 

o   Spelregels te vereenvoudigen

 

-          Evalueer je training: wat was goed, wat kan beter ?

 

-          KEEP IT SIMPLE: hoe minder potjes en kegeltjes hoe beter (een voetbalveld is geen landingsbaan voor vliegtuigen!)

 

-          KEEP IT SIMPLE: gebruik verschillende oefeningen binnen eenzelfde organisatie

 

-          Vermijd filetraining!

 

-          Afwerken op doel mag NOOIT ontbreken!

 

-          Alle passvormen beginnen met een versnelling en een bal in BEWEGING.

 

EN BOVENAL: HOU HET PLEZANT : VOETBALLEN IS FUN !!

 5.3.4        Specifieke accenten per categorie

 

5.3.4.1  Onderbouw

  

-          Alle oefeningen mét bal

 

-          GEEN stretching, oefeningen op kracht of oefeningen op uithouding

 

-          Veel accent op basistechniek, weinig op oefenen stilliggende fases als vrije trap, hoekschop…

 

5.3.4.2 Middenbouw

 

-          Ontwikkelen van de individuele technische vaardigheid binnen vereenvoudigde voetbalsituaties

 

-          Accent ligt op de techniek

 

-          Ontwikkelen van inzicht en het herkennen van de spelbedoelingen

 

-          GEEN stretching, oefeningen op kracht of oefeningen op uithouding

 

-          Veel accent op basistechniek, weinig op oefenen stilliggende fases als vrije trap, hoekschop, …

  

5.3.4.3 Bovenbouw

 

-          Aangeleerde technieken moeten omgezet worden met uitvoering in snelheid en ritmeveranderingen.

 

-          Vanaf de 14-jarigen krijgen conditietrainingen met bal de nodige aandacht

 

-          In deze leeftijdsfase gaat het om het verder ontwikkelen van het inzicht, gekoppeld aan de communicatie

 

-          Op tactisch gebied moeten dus verschillende wedstrijdsituaties aangeleerd worden, op het bord en op het veld. Bijvoorbeeld: wat te doen bij balbezit / verlies ?

 5.3.5        Coaching

 

Tijdens de TRAINING wordt er steeds gecoacht OP THEMA en NA de actie (niet ervoor) via de STOP-HELP methode. Er wordt ook steeds gebruik gemaakt van de aangeleerde coachingswoorden, die met de leeftijd uitgebreider worden. Belangrijk is dat de speler begrijpt wat de trainer bedoelt en wat hij wil.

 

Er zijn verschillende manieren om aanwijzingen aan spelers te geven : collectief ten opzichte van individueel en situatief ten opzichte van begeleidend.

  

-          Collectief betekent dat het hele team wordt aangesproken. Iedereen kijkt en denkt mee. Misschien richt de trainer zich wel tot 1 speler, maar ook de rest wordt bij de vraag betrokken.

 

-          Individueel betekent dat er aanwijzingen aan 1 speler worden gegeven. Misschien neemt een speler de bal altijd verkeerd aan, terwijl de rest van de ploeg het wel goed doet. Dan besteedt de trainer even extra aandacht aan die ene speler.

 

-          Situatief: In een voetbalsituatie. Het beste voorbeeld ervan is, wanneer de trainer tijdens een trainingswedstrijd of positiespel iets ziet en het spel stillegt (STOP-HELP methode). Aan de hand van de posities van de spelers kan hij dan uitleggen of vragen aan de spelers wat er mis ging en hoe het beter kon. Spelers herkennen dan de situatie en zullen de volgende keer op een betere manier handelen.

 

-          Begeleidend: Een trainer geeft aanwijzingen tijdens het spel : Jan loop mee ! - passeren Tom ! –
Het nadeel ervan is dat de speler wel doet wat hem wordt gevraagd, maar dat hij niet altijd weet waarom hij het moet doen. Toch kan deze manier van coachen op bepaalde momenten de voorkeur hebben boven het situatieve coachen. Tijdens officiële wedstrijden kan het spel immers niet worden stilgelegd.

 

Het spreekt als vanzelf dat coachen steeds op een POSITIEVE, OPBOUWENDE manier dient te gebeuren en dat er steeds gecoacht moet worden met OPLEIDING als uitgangspunt.

 

5.3.6        Thuiswerk

 

Een wijs man én autoriteit op het gebied van jeugdvoetbal zei ooit: “een goede voetballer word je niet alleen door wat je TIJDENS de training doet maar wel (en vooral) door wat je TUSSEN de trainingen doet”!

 

De tijd van urenlang voetballen en balletje trappen op pleintjes is spijtig genoeg voorbij… Hierdoor beperkt het “ik-ben-bezig-met-een-bal” zich spijtig genoeg meestal tot de 2 of 3 keer anderhalf uur trainen en een wedstrijd in het weekend. Het zullen echter die spelertjes zijn, die ook buiten deze “georganiseerde” voetbalmomenten een balletje staan te trappen en aan hun balgevoel werken, die zich het snelst zullen ontwikkelen en meer kans zullen maken om een goeie voetballer te worden. Om het bezig zijn met de bal aan te moedigen zal er dan ook op geregelde tijdstippen (na de woensdagtraining) voetbalhuiswerk worden meegegeven (bepaalde oefening) en zal ook het inoefenen van de diverse COERVERTECHNIEKEN, het MUURTJE-TRAP en het JONGLEREN ten volle aangemoedigd worden. In het verleden zijn er tevens ook al soccerpal netjes aangekocht in groep om het oefenen hiermee thuis te bevorderen. De oefenstof wordt gebaseerd op het jaarplan en ideeën voor thuiswerk kunnen op volgende site gevonden worden: http://www.voetbalhuiswerk.be. 

 

5.4        TOEGEPASTE PRINCIPES INZAKE METHODIEK & DIDACTIEK TIJDENS WEDSTRIJDEN

5.4.1        Wedstrijdvoorbereiding

  

Elke trainer maakt een wedstrijdvoorbereiding, bij voorkeur via Socceronline.

 

Verder is er een vaste structuur de dag van de wedstrijd: spelers van onderbouw zijn 45 minuten op voorhand ter plaatse; bij middenbouw is dit 60’ en bovenbouw 75’.  Naast de tijd nodig om zich om te kleden, wordt er een 30-tal minuten opwarming met bal voorzien en voor midden en bovenbouw komt daar nog een 15’ tal minuten wedstrijdbespreking bij.

 5.4.2        Coaching algemeen

  

Tijdens de WEDSTRIJD wordt er op dusdanige manier gecoached dat de spelers ZELF moeten nadenken en ZELF oplossingen moeten zoeken. Het voorkauwen van wat ze moeten doen en het continu toeroepen van instructies (pass, trap) is dus UIT DEN BOZE. Bijsturen doet de coach vooral tijdens de rustmomenten. Onderlinge coaching tussen de spelers kan natuurlijk altijd.

 

5.4.3        Wedstrijdevaluatie

  

Elke trainer maakt een wedstrijdevaluatie, bij voorkeur via Socceronline.

 

 


 

 

Laatst aangepast op zaterdag 13 oktober 2018 11:13

Spotlicht - vriendsch.


Nog geen matches gepland

Spotlicht A-kern (comp)

VORIGE WEDSTRIJDEN
Nationale 2de amateurs VI B
Datum 08. dec. 2018 Beginn 19:30
FC Turnhout
FC Turnhout
KFC Duffel
KFC Duffel
2:1 Verslag

VOLGENDE WEDSTRIJDEN
Nationale 2de amateurs VI B
Datum 15. dec. 2018 Beginn 20:00
Hoogstraten VV
Hoogstraten VV
KFC Duffel
KFC Duffel
-:- Vooraf

Nationale 2de amateurs VI B
Datum 13. jan. 2019 Beginn 14:30
KFC Duffel
KFC Duffel
K Sporting Hasselt
K Sporting Hasselt
-:- Vooraf

Voetballen bij KFCD

Ben je minsten 5 jaar en heb je interesse om bij KFC Duffel te komen voetballen, klik dan hier om ons contactformulier in te vullen en te verzenden.

Klassement

# Team W PTN
13 Hoogstraten 15 15
14 KFC Duffel 15 14
15 FC Turnhout 15 9

Ombudsdienst

Onze ombudsdienst behartigt je vragen, opmerkingen of klachten, klik hier om de ombudsdienst te contacteren.

Weekoverzicht

Kalender

Nieuwsbrief

 
 

Zoeken


 
  • Crelan
  • Panache

 
 
BMWPatrickSmets DirkDyck

 

Kiliaan

raveschot
hv kort1 RTV
ravotter vde
procondiLogo  JPEG Xior logo
 
logo gemeente

Word scheidsrechter

Aanduidingen

Trainingsschema

trainingsschema



 '

Log-in formulier